Maurice Graef

Mijn naam is Maurice Graef

Maurice Graef, oud voetballer van onder andere VVV en Roda JC, vertelt zijn verhaal. Hoe hij als kleine jongen al van de daken schreeuwde dat hij prof voetballer zou worden, hoe zijn carrière hem heeft gevormd tot de man die hij nu is en over KERNgezond, zijn bedrijf dat zich inzet voor gezond bewegen, gezonde voeding en gezond gedrag.

In dit verhaal zijn (archief) foto’s gebruikt. Deze foto’s zijn eigendom van Maurice Graef en zijn gebruikt met toestemming.



Mijn naam is Maurice Graef

Mijn ouders… die hadden dus helemaal niks met voetbal. Ze hadden een eigen kroeg in Horn, de Graef van Horn. En ik? Ik rende op mijn tweede, toen ik net een beetje normaal kon lopen, al achter een bal aan. En op mijn tweede wist ik het ook al zeker, ik zou prof voetballer worden.

Op mijn zevende ging ik voetballen bij een club en vanaf dag 1 was er maar één ding belangrijk voor me. Doelpunten maken! Doelpunten maken en verder niks. Soms was er tijdens de training geen doel te bekennen. Dat waren ook de trainingen dat ik altijd op mijn dak kreeg van de trainer want ik was niet vooruit te branden. Maar was er wel een doel aanwezig dan ging ik ook voor de volle 200% vooruit.

Maurice Graef

Voor Limburgse begrippen deed ik het helemaal niet zo verkeerd met voetbal. Ik was de beste van de lichting, zat in de selectie van Limburgse teams en tja… daar ging ik me ook naar gedragen.
Nu vond ik mezelf al geweldig maar daarnaast was ik ook nog eens enorm verwend omdat mijn moeder me overal naar toe bracht.
Mijn leven draaide toen al om voetbal. Voetbal en niks anders. School was meer een noodgedwongen iets wat er aan de zijlijn een beetje bij hoorde. OK, ik was nog wel slim genoeg om in te zien dat ik papieren en een rapport nodig had maar als het kon met een zesje en met niet al te veel inspanning dan was dat goed genoeg.

Na de basisschool ben ik naar het Atheneum gegaan maar op 2 Atheneum werd al duidelijk dat ik dat jaar niet zou halen. Maar ik had ook bedacht dat ik van 2 Atheneum naar 3 HAVO zou kunnen gaan.

Dus in plaats van een jaar te blijven zitten kon ik ook twee jaar winnen. Naar 3 HAVO en de studie een jaar eerder af. En win/win situatie toch? De HAVO heb ik toen ook afgemaakt.

Op mijn vijftiende werd ik gescout naar VVV en om dat te combineren met school ging ik naar de MEAO in Venlo. Ik voetbalde op dat moment in de A jeugd van VVV en voor mij bestonden er maar twee soorten mensen op deze wereld. Voetballers en niet voetballers. En in de niet voetballers had ik dan ook totaal geen interesse.

Ik kwam uit het dorp en was al redelijk brutaal maar aan de directheid van de mensen in stad moest ik toch even wennen. Op school kende ik niemand, ik zat er enkel zodat ik het kon combineren met het voetballen voor VVV.

Op de eerste dag op school was er al iemand die recht in mijn gezicht zei “Graef, je stinkt uit je bek!”.

Ik dacht echt “what the fuck is dit? Dat zouden ze in het dorp nooit zo zeggen.” Ik kon de directheid zeker wel waarderen maar ik had ook even de tijd nodig om er aan te wennen.

Maarja… los van dat alles had ik nog altijd die instelling dat ik zo geweldig was. Ik was namelijk de jongen die prof voetballer werd. Ik was de koning in mijn eigen koninkrijk. Nobody can touch me. In al die jaren, tussen mijn zevende en zestiende scoorde ik ook overal en altijd. Dus op het veld maakte ik ook wel duidelijk dat ik de koning was.
Op mijn achttiende kwam ik bij de selectie van het grote VVV. Langzaam ging ik meetrainen met de grote jongens. En om een lang verhaal kort te maken, op mijn negentiende debuteerde ik en dat was een compleet fiasco!

Het wilde maar niet lukken en ik voelde steeds meer faalangst. Toen ik aan het warm lopen was riep het VVV publiek zelfs “Donald Duck (omdat ik een kont heb die uitsteekt) ga toch zitten”. De Limburger vergeleek me met een Trabantje dat al twee keer de klok rond was.

De Voetbal International gaf me altijd een 2 of een 3 en tijdens een TV uitzending vroeg men zich af wat Maurice Graef überhaupt te zoeken had in het betaald voetbal.

Maurice Graef

Maar al die kritiek heeft me wel gevormd en heeft me ook veranderd. Gezien het fiasco bij VVV zou ik geen leven meer hebben als ik alleen nog maar over voetbal zou praten. Dus noodgedwongen ben ik me maar in andere dingen en ook in andere mensen gaan interesseren.
Ik heb me nooit echt verweerd tegen kritiek maar het vreet wel aan je. Je probeert ook op een positieve manier te veranderen.

Zo fietste ik door het dorp en zei gedag tegen iedereen omdat ik ergens had gelezen dat ik arrogant zou zijn. Mensen keken me toen aan op een manier alsof ik gek was geworden. “Dat doet hij normaal nooit!”

Van de andere kant had ik wel zoiets dat ik wilde bewijzen dat ik het wel allemaal kon.
De periode met faalangsten duurde een jaar of drie en voor mijn gevoel ging het ook heel ver. Zo groot als ik me in het begin voelde, zo klein was ik toen en de manier waarop ik me naar boven moest knokken heeft me ook echt gevormd. Ik ben socialer geworden in die tijd. En de momenten waarop het goed met me ging, ging ik ook steeds meer waarderen.

En goed ging het toen Tijjani Babangida naar VVV kwam. We waren dat jaar gedegradeerd uit de Eredivisie en voor mij was dat een geluk. Veel spelers vertrokken en daardoor waren er meer kansen voor mij.

Maurice Graef

VVV gaf me voor het seizoen daarna een contract van 13000 gulden per jaar. Bruto.
Om even een vergelijk te maken… bij een amateurclub vlak over de grens in Duitsland zou ik het dubbele zwart kunnen krijgen. Maar toch ben ik bij VVV gebleven. Ik moest en zou prof worden dus wilde ik nog één jaar alles op alles zetten om te laten zien dat ik kon slagen. En met de hulp van Babandiga lukte me dat.

Niemand kende Babangida op dat moment. Hij was waanzinnig snel, stond binnen no-time voor de keeper en was daar zo aardig om de bal af te spelen naar mij zodat ik de goals kon maken.

Halverwege het seizoen stond VVV bovenaan in de ranglijst en ik was topscoorder van de eerste divisie, zelfs voor Pierre van Hooijdonk op dat moment.

Frans Körver was onze trainer op dat moment. En dat zorgde voor leuke situaties.
We hadden Babangida, die sprak alleen Engels. En Körver… die sprak alleen Limburgs met een paar woorden Nederlands. Op een dag tijdens de winterstop kwam Körver naar me toe. “Graef, meekomen!” zei hij. Ik ging met hem mee en zag Babangida zitten. Körver zei dat ik wat moest vertalen naar het Engels.

“Zeg hem dat ik vind dat hij heel goed bezig is!” sprak Körver. “The trainer thinks you are doing a really good job!” vertaalde ik. Babangida was heel dankbaar en zei “Thank you thank you.”
“Nee”, zei Körver… “Zeg hem dat ik vind dat hij zijn acties moet blijven doen maar dat hij ook zelf de bal in het doel moet tikken”.
Ik dacht meteen “Nee… dat gaat ‘m niet worden natuurlijk”. Dus ik vertaalde het naar Babangida “Keep on doing all the great actions you are doing… but also think of your striker!”.

En zo was op het einde van het seizoen VVV kampioen, Babangida de held en ik de topscoorder! Een win/win/win situatie. Hahaha.

De jaren daarna als profvoetballer had ik daaraan te danken. Het is ook leuk om zien hoe alle negativiteit in de media vergeten wordt op het moment dat je succesvol bent. Maar ik had er van geleerd. Ik was succesvol maar schreeuwde het niet meer van de daken hoe geweldig ik me vond.

In die tijd gebeurde er ook iets anders dat veel impact op me had en me ook heeft gevormd tot de persoon die ik nu ben. Ik kreeg een hele trouwe fan. Remy. Remy kwam uit Maasbree en was geboren met een open rug en zit daardoor zijn leven lang in een rolstoel.
Hij lag ook meer in het ziekenhuisbed dan in zijn eigen bed maar als hij bij een wedstrijd was dan gaf zijn vader altijd even een seintje.
Na de wedstrijd ging ik dan even naar hem toe voor een praatje, een handtekening of een foto.

Maurice Graef

Op een dag kreeg ik een telefoontje van zijn vader. Remy zou een zware operatie ondergaan en hij wilde graag dat ik het wist.
Nu is het zo dat als we niet aan het voetballen zijn we meestal wel met de jongens op het terras zitten, kaarten of op de playstation spelen. In een later stadium ben ik wel meer gaan doen kwa opleidingen maar toen nog niet.

Maar op dat moment dacht ik voor de eerste keer “Weet je wat? Na de training ga ik naar het ziekenhuis in Nijmegen en neem mijn VVV shirt mee”.

En het moment dat ik daar de kamer binnen liep… de blik in zijn ogen… onbetaalbaar. Dat ik als beperkte voetballer zo’n enorm verschil kon maken voor een persoon, dat was gewoon bizar.

Dat was voor mij ook het moment dat ik besefte dat ik als prof voetballer of topsporter ook buiten de sport een verschil kon maken.

Ergens vind ik ook dat niet alleen voetballers maar alle topsporters dat verplicht zijn om te doen. Met een kleine moeite kun je een enorme positieve impact maken op iemands leven. Dat is ook wat ik nu doe met KERNgezond. Mensen inspireren met leuke projecten. Je kunt eigenlijk zeggen dat het met Remy is begonnen.

Maurice Graef

Maar even terug naar VVV. In 1993 werden we dus voor de eerste keer kampioen en het feest wat daarop volgde was echt te gek. En met alle respect hoe kampioenschappen nu worden gevierd, het feest toen was ook echt een feest. Het was allemaal een stuk spontaner. We hebben het kampioenschap met de supporters gevierd.
Ik weet nog dat we allemaal op het bordes van het stadhuis stonden en iedere speler zong een eigen lied over VVV en de hele binnenstad zong mee.

Tegenwoordig zijn dit soort dingen veel meer geregisseerd. Er is een DJ aanwezig en alles wordt volgens een bepaald programma afgewerkt. Een kampioenschap wordt zeker nog gevierd maar het is gewoon anders dan vroeger.
Wat trouwens toen wel al geregisseerd was, was het deel in het stadhuis. De huldiging, dat stijve gedoe binnen in het stadhuis terwijl je eigenlijk alleen maar feest wilt vieren met de supporters. Maar dat hoort er nu eenmaal bij.

Babangida ging het seizoen daarop terug naar Roda JC en wij gingen met een euforisch gevoel het nieuwe seizoen tegenmoet. Door de promotie hadden we massa’s zelfvertrouwen en in het eerste deel van het seizoen hadden we naast het goede voetbalspel ook het nodige geluk.
In de winterstop van dat seizoen stonden we op een negende plek. Ongekend.

En tijdens het kerstdiner, dat in die tijd gewoon bestond uit ouderwets friet met frikandellen, hoor ik Körver nog zeggen. “Ik ben tevreden op dit moment maar als ze boven ons in de ranglijst steken laten vallen dan zijn we er als de kippen bij om Europees voetbal te halen.”

En wat denk je? Na de winterstop haalde we nog drie punten en zijn we gedegradeerd!

Ik moet ook zeggen dat het ons in het tweede deel van dat seizoen ook tegen zat. Er waren blessures, dat euforische gevoel waarmee we de eredivisie binnen waren gekomen werd steeds minder. De tegenstanders werden beter en langzaam maar zeker begonnen we ook tegen onszelf te vechten.

Na de degradatie was ik in totaal 10 jaar bij VVV, de tijd in jeugd meegeteld. In die tijd had ik drie degradaties en twee promoties meegemaakt. (de eerste promotie heb ik vooral als reserve speler meegemaakt bij NAC uit )
Ik had het op zich goed naar mijn zin maar langzaam aan begon het gevoel te kriebelen om eens in een andere keuken te kijken en ik werd nieuwsgierig naar een andere club.

Ik kreeg toen de kans om naar Roda JC te gaan. Ik was toen iets van zevende keus maar dat maakte me op dat moment echt helemaal niks uit. Ik kreeg ook niet eens goed contract aangeboden maar ik was wel zo slim om te zeggen dat ik dan een flinke bonus wilde krijgen als ik 15 doelpunten zou maken.

Nol Hendriks, bestuurslid bij Roda, zag dat wel zitten.
Tegen het einde van dat seizoen, tijdens een wedstrijd tegen Utrecht maakte ik mijn 15e doelpunt. Ik had er op dat moment niet eens bij stil gestaan maar na wedstrijd kwam Nol naar me toe. “Proficiat en bedankt dat je me een poot hebt uitgetrokken”. Onverwachts maar dat sierde hem wel als mens.

Ik zal altijd zeggen dat VVV mijn club is. Ik ben er begonnen en ik ben er geëindigd.

Maurice Graef

In totaal ben ik 15 jaar profvoetballer geweest en zelf zeg ik dat dat ik van die 15 jaar 2 jaar topsporter ben geweest.
En dat kwam door Huub Stevens, de trainer bij Roda. Hij kreeg het altijd voor elkaar om niet alleen het maximale uit het team te halen maar ook het maximale uit elke individuele speler te halen. En door hem voelde ik me echt twee jaar lang een topsporter en heb daardoor ook voor mezelf het maximale kunnen halen.

We zijn 2e geworden in de competitie, achter Ajax, de club met alle grote namen. Tegen Ajax hebben we twee keer gelijk gespeeld en ik heb gescoord in de Meer. Barend en van Dorp hadden in die tijd een sportprogramma op TV en hebben we me twee dagen lang gevolgd en geïnterviewd voor die wedstrijd.
Ik was ook een van de eerste die openlijk toegaf dat ik in die tijd bij de voedingsdeskundige zat. Langzaam aan kregen de mensen een afgeslankte versie van Graef te zien.

Zo wonnen we met 2-1 van Feyenoord en ik had beide goals gemaakt.

Tegen PSV was het 2-2 en het TV commentaar “Ronaldo 2 – Graef 2” zal ik ook nooit vergeten.

In totaal maakte ik dat seizoen 16 doelpunten en het seizoen daarna hebben we Europees gespeeld.

Onwerkelijk dat ik in de eerste ronde een goal heb gemaakt tegen Olimpija Ljubljana. In de tweede ronde tegen Benfica werden we uitgeschakeld.

Maurice Graef

Onwerkelijk was ook het gevoel hoe we werden behandeld. Tegen Benfica zaten we in een vijf sterren hotel, trainde we in 23 graden en alles werd voor ons gedaan. Toen heb ik toch vaak gedacht “Goh, wat hebben we het toch eigenlijk goed.”

En die passie die mis ik tegenwoordig wel vaak. Niet alleen in de sport maar ook in de uitstraling naar buiten toe.
Voor Limburg heb ik negen jaar lang een sportprogramma gepresenteerd en ik heb echt zoveel topsporters mogen ontmoeten.

En of het nu in de studio of op locatie was, ik kan zeggen dat alle niet-voetballers echt passie hadden voor hun sport maar bij de voetballers was het een ander verhaal. Daar kreeg de macht van de media en de macht van het geld een steeds grotere rol.

Ik heb bij VVV ook een keer media training gehad.

Dan krijg je dus serieus te horen “Maurice. Je bent spits. En hier kom je van het veld af, helemaal onder de modder en dan ga je zeggen hoe klote je het vindt dat je hebt verloren. De volgende keer ga je eerst douchen en dan kom je met een fris gezicht terug naar buiten.”

Nou wat denk je zelf? Natuurlijk heb ik geleerd van mijn fouten en je moet je teamgenoten niet beschadigen. Maar als je hebt verloren, je onder de modder zit en er de pest in hebt, dat is ook passie die bij het voetbal hoort. Fouten maken vormt iemand maar probeer niet iemand op zo’n manier geforceerd te veranderen.

En dat was bij Roda zo geweldig. Daar was het hele team één. Niet alleen het team trouwens, iedereen hoorde erbij. De spelersvrouwen, de materiaalman, sponsoren, de koffiemensen. Iedereen werd door Huub bij het team betrokken, iedereen. “Samen zijn we sterk” op die manier ontstaat er begrip en respect voor elkaar en voor situaties. In die jaren is er een “WIJ” gevoel ontstaan en daar wilde je gewoon bij horen. Roda, en ook ikzelf, is na die tijd nog lang opzoek geweest naar dat gevoel.

Neem even Ruud Hesp als voorbeeld, de keeper van Roda op dat moment. Als je hem vraagt wat zijn mooiste tijd was, dan zal hij zeggen dat het bij Roda was. Als topsporter niet want hij heeft heel veel gewonnen met Barcelona maar wel op het gebied van samenhorigheid en het WIJ gevoel dat bij Roda was gecreëerd.

Natuurlijk was er heel veel discipline maar de spierpijn die was er vooral van het lachen.

Maurice Graef

En dat is voor mij echt een ideaal plaatje van hoe het moet zijn binnen een club. En van een kant is dat ook gewoon klote want overal waar je daarna terecht komt ben je opzoek naar dat ideaal beeld. En dat is moeilijk want dat beeld vind je niet snel.

Na twee jaar Roda belde mijn zaakwaarnemer mij op en zei “Je hebt een mogelijkheid om naar NEC te gaan.”
Ik zei meteen “Wat moet ik daar?” Ik had net bijgetekend bij Roda en daarnaast vond ik het een klote club met een klote stadion en een team met lelijke shirts.
Maar ik werd toch overgehaald om te praten met NEC. Mede omdat Gerald Sibon van VVV naar Roda ging en ik waarschijnlijk op de bank terecht zou komen.
“Prima” zei ik. “Maar ik ben zo klaar met dat gesprek.”
“Waarom dat?”, vroeg mijn waarnemer. “Nou ik vraag gewoon het dubbele van wat ik bij Roda krijg”, zei ik.

We hadden een afspraak in het Wilhelmina hotel in Venlo. En wat denk je? Twintig minuten later was het gesprek afgerond en al mijn eisen waren ingewilligd.
Dus…. ging ik naar die mooie club met dat fraaie stadion en naar dat team met die mooie shirts! Hahaha. Ik geef ook gewoon toe dat ik op dat moment dollartekens in mijn ogen had en voor het geld ben vertrokken.

En als je me nu de vraag stelt “Noem één ding wat je anders had willen doen”, dan was het dat ik nooit maar dan ook nooit naar NEC was gegaan.

En dat had er niets mee te maken dat het een club buiten Limburg was maar eigenlijk alles met de twee jaar dat ik onder Huub Stevens had gespeeld en dat alles daarna zo enorm tegenviel.
Het gevoel was er gewoon niet.

Maurice Graef

Ik herinner me nog de eerste uitwedstrijd met NEC. Met kunst en vliegwerk werd het een gelijkspel. Op de terugweg zat de helft van selectie te roken in de bus en halverwege werd er een stop gemaakt omdat het bier op was. Zo zat ik bij een trainer die het maximale uit team wilde halen en zo zat ik bij een groep individuen. Ik wil niet zeggen dat NEC een uitzondering was maar dat er geen samenhorigheid was kon er bij mij niet in. Ik heb me er nooit op mijn plek gevoeld en ik had ook al vanaf het begin af aan ruzie.

Ik heb er in totaal zeven maanden gezeten. Een van de dingen die ik had besproken tijden de contractbesprekingen was dat ik een gesprek met de trainer wilde over de spelwijze. Zo leek het in ieder geval dat ik niet alleen voor het geld naar NEC was gegaan.

Ik stoorde me aan alles en de trainer zei tegen me “Maak je niet druk, het enige dat je moet doen is doelpunten maken.”
Maar ja… ik was spits en mijn plek in het team was achter de spits.

Het gevoel van de eerste jaren VVV kwam terug. Dat gevoel dat ik mijzelf belachelijk maakte. Dat ik niet in mijn kracht maar juist in mijn zwakte moest spelen.

Op een gegeven moment, toen we met 2-0 hadden verloren van Roda zei ik tegen de trainer “Op deze manier wil ik niet meer voetballen.”. Ik kreeg te horen dat dat geen optie was en het werkweigering zou zijn. “Nou, dan stel me maar lekker op maar dit werkt niet.”, zei ik geïrriteerd.
De zes volgende wedstrijden stond ik van de eerste tot aan de laatste minuut reserve en we hadden elke wedstrijd verloren. Tot aan de zevende wedstrijd. Dat was het moment dat het publiek zich ermee ging bemoeien.

Het was de laatste wedstrijd voor de winterstop. Het was -5 en ik zat zoals gewoonlijk weer op de bank. Lekker warm in mijn skipak met mijn snowboots aan. Het was nog een klein wonder dat ik überhaupt mijn voetbalschoenen bij me had. En ik vond het allemaal prima, de dag na de wedstrijd ging ik toch op vakantie naar Gran Canaria.
We kwamen met 0-1 achter. En ook in de tweede helft bleef het 0-1. Langzaam aan begon het publiek zich ermee te bemoeien en begon mijn naam te roepen en te zingen. Op dat moment vond ik het nog allemaal prima. “Lalalala” dacht ik, morgen zit ik lekker op Gran Canaria.

En ik denk dat de trainer de druk voelde want ineens draaide hij zich om, keek me aan en zei “Graef, ga je warm lopen!”.
Maar ja… ik zat daar in mijn skipak met de snowboots en alles aan. Voordat ik dat allemaal uit had was ik al 5 minuten verder. En ik vond het een naaistreek want zonder warm te kunnen lopen moest ik direct invallen. En geloof het of niet maar ik kom in het veld en bij de eerste de beste voorzet krijg ik de bal tegen mijn hoofd, kop hem zo binnen voor de 1-1! Hahaha. Ik rende langs de dug-out, gaf de trainer nog net geen middelvinger maar ik denk dat je je wel voor kunt stellen welk gebaar ik met mijn vuist naar hem maakte.

De dag erna kocht ik op Schiphol de Gelderlander omdat ik toch wel benieuwd was wat er over de wedstrijd werd gezegd.
Er stond toen een kort interview met Wim Koevermans in, de trainer van NEC, en hij zei “Of Graef gaat eruit of ik ga eruit!”.
Ik heb hem toen meteen gebeld en gezegd “Geen probleem, ik ga wel!”.

En dat was mijn NEC avontuur. Of nou ja… het kreeg nog een staartje.

Maurice Graef

Na de winterstop keerde ik op huurbasis terug naar VVV. VVV stond op dat moment vierde in de eerste divisie en het was het seizoen dat John de Wolf bij VVV speelde.
Mijn terugkomst bij VVV was ook niet helemaal zonder vraagtekens. In mijn NEC periode speelde ik tegen VVV voor de beker en ik heb toen de winnende goal voor NEC gemaakt.

Ik had ook ruzie met Nico van der Meer tijdens die wedstrijd, daar kon ik het niet zo goed mee vinden.
Voor de wedstrijd werd er tegen Nico gezegd “Laat je nu niet opnaaien door die Graef.”
Maar ze hadden zo erg ingepraat op Nico dat hij zelf begon te provoceren. Tijdens de warming-up op het veld kwam hij voorbij gerend en gaf hij kushandjes. Ik dacht echt bij mezelf “Waar is die mee bezig?”.
Maar goed, we zitten in twede minuut van de wedstrijd. Vrije trap voor VVV. Ik stond in de muur en moest proberen de VVV speler die ook in de muur stond te blokken. En laat dat nu net van de Meer zijn.

Ik hou hem tegen, hij draait zich om, deelt een tik uit en wordt na twee minuten met rood naar kant gestuurd. En het enige dat ik nog hoor is “Nico!! Wat hebben we je nu gezegd?!”

Maar de Wolf kon het wel verantwoorden dat ik na de winterstop terug zou komen bij VVV. Dat is ook wel het mooie aan voetbal. Er is die onderlinge hiërarchie. En die hiërarchie bepaald waar je staat in een groep, waar je in de bus zit en wie welke materialen moet sjouwen. Je plaats wordt onder andere bepaald door je prestaties en persoonlijkheid. Logisch dus dat iedereen zo hoog mogelijk in die hiërarchie wilde staan.

Met John de Wolf was het wel duidelijk, hij stond eenzaam en alleen aan de top in de hiërarchie. Maar ik vond dus wel dat ik me moest bewijzen, niet alleen kwa voetbal maar ook kwa persoonlijkheid.
Met het voetbal ging het wel goed. De eerste wedstrijd bij VVV wonnen we met 2-0 en ik maakte er twee. Dat ging prima. Nu moest ik nog verbaal van mij af bijten.

Op een gegeven moment na de wedstrijd zaten we in de kleedkamer. John maakte een grap en iedereen lag in een deuk.

Ik maakte toen een opmerking naar John en zei “Tja, jij kan het weten. Je hebt ook zoveel spaargeld. Je hebt die centenbak niet voor niks.”.

En iedereen kijkt me aan en het is doodstil. Komt de Wolf naar me toe, kijkt me aan en zegt “Jou mag ik wel. Jij bent recht voor z’n raap” En wat denk je? Iedereen begon meteen te lachen. Dus vanaf dat moment stond ik met stip op twee in de hiërarchie. Hahaha!

Maurice Graef

Het bizarre kwam na het einde van de competitie. We hadden de nacompetitie gehaald. En in die tijd zat je in een poule met drie andere teams en speelde je zes wedstijden. En je raad het denk ik al, een van die teams in onze poule was NEC.
Promoveren was voor VVV geen optie meer want de eerste twee wedstrijden hadden we al verloren. De derde wedstrijd… die speelde we thuis. Tegen NEC. NEC had een serieuze kans om te degraderen maar was op dat moment wel mijn officiële werkgever.

In die wedstrijd staat VVV met 0-2 achter. Maar met twee penalty’s kwamen we terug tot 2-2. En die penalty’s werden veroorzaakt door overtredingen op mij.
Om alle drama compleet te maken kwam er een supporter van NEC het veld opgerend en probeerde me een kopstoot te geven. Ik kon hem nog net ontwijken maar de scheidsrechter vond het welletjes en legde de wedstrijd stil. De politie vroeg me nog of ik aangifte wilde doen maar dat wilde ik niet. Eigenlijk wilde ik gewoon helemaal niks meer met NEC te maken hebben. Ik wilde gewoon nooit meer terug naar Nijmegen. Maar de return wedstrijd was drie dagen later.

Toen de wedstrijd weer werd hervat had ik nog maar één doel, geel pakken. Met een gele kaart zou ik namelijk geschorst zijn voor de volgende wedstrijd, de wedstrijd tegen NEC.

Bij de eerste de beste vrije trap die er werd gegeven rende ik naar voren, tikte de bal weg, kreeg geel en was geschorst voor de uitwedstrijd naar Nijmegen.
In die tijd werd ik zelfs bedreigd en het heeft nog een hele tijd geduurd voordat ik überhaupt weer naar Nijmegen durfde te gaan.

Ik speelde op huurbasis bij VVV en ik wilde graag blijven. VVV was overeengekomen dat ik kon blijven als NEC in de eredivisie zou blijven. En zo werd die laatste wedstrijd tegen de Eagles ineens heel belangrijk. Als NEC boven Eagles eindigde mocht ik vertrekken, en zo geschiedde. Want ondanks dat wij van de Eagles verloren had NEC door een beter doelsaldo de nacompetitie gewonnen. Ik was verlost…

In dat jaar gebeurde er nog iets dat een grote impact had op de voetbalwereld. De oprichting en tegelijkertijd ook de ondergang van Sport 7.
In tegenstelling tot veel andere clubs had VVV dat geld nooit uitgegeven en had zich ook niet rijk gerekend.
We zaten nu weliswaar in de eerste divisie maar we hadden de illusie dat we elk jaar gingen strijden voor promotie. Zeker nu andere clubs het zo zwaar hadden en VVV er relatief goed voor stond.

Maurice Graef

Maar niet alleen de promotie bleef uit, als team zakte we ook af. We presteerde het zelfs om in een seizoen laatste te worden in de eerste divisie. En tja wat ga je dan doen? Dan ga je je ook voor andere dingen interesseren.

Ik was in die tijd al jeugdtrainer bij VVV en deed daarnaast nog wat aan PR en andere commerciële dingen. En langzaam begon ik daar meer plezier uit te halen dan uit het voetbal.

We hadden wel nog een redelijk seizoen toen Henny Spijkerman onze trainer was. Hij kwam toen van de ABN AMRO af maar echt een klik was er niet.
Hij zei in het begin al dat hij op het einde van elke week wilde evalueren. Ik zei direct “Je moet niet evalueren, je moet gewoon optreden.” Maar dat zag hij toch anders. En het enige dat ik hoorde was evalueren, evalueren en evalueren. Het seizoen onder Spijkerman was ook het seizoen dat Linssen zijn doorbraak maakte.

Toch vond ik dat Henny een grote fout maakte door op een gegeven moment Edwin Linssen op 17 jarige leeftijd in de spelersraad te benoemen dat hij heel belangrijk was voor het team.

“Edwin moeten gewoon de ballen sjouwen, zijn mond houden en blij zijn dat hij al mee mag denken over de tactiek van het spel” zei ik. Begrijp me niet verkeerd, ik kon het goed met hem vinden en hij reed ook vaak met mij mee maar ik vond niet dat ze hem op die jonge leeftijd al die bagage mee moesten geven. “Laat hem toch lekker voetballen en genieten” bleef ik zeggen.

Ik begon me ook steeds meer aan Spijkerman te irriteren. De eerste drie trainingen van de week bijvoorbeeld, dat waren kracht, conditie en looptrainingen. Zonder bal dus.

Maurice Graef

Dan moet je je bedenken dat je in het weekend een wedstrijd hebt verloren en dat je dan de eerste drie trainingen van de week geen bal zult raken. Nou dan kom je toch met een sik naar het stadion kan ik je zeggen.
Maar conditie training. We zaten nog in de tijd van de cassettebandjes en we hadden altijd een shuttle run. Op een gegeven moment zijn we klaar met een training, ik wil naar huis en ik zie dat bandje daar op tafel liggen. Ik dacht “Heeej…. dat is leuk!”.
Ik heb dat bandje dus mee naar huis genomen. De eerste zes stappen liet ik erop staan en daarna? Sjeng aon de geng!

De dag erna het bandje teruggelegd en ja hoor… diezelfde dag kregen we de shuttle run.
Ik was al overdreven enthousiast bezig, sprintte van de ene kant naar de andere kant. Begon me op te drukken, sprintte weer terug en deed buikspier oefeningen.
Spijkerman schreeuwde naar me “Graef, doe normaal! Dat hou je nooit vol!”
“Jawel trainer! Ik voel me sterk vandaag!” riep ik terug. En na de eerste zes stappen… Sjeng aon de geng!! Het hele team lag in een deuk. Behalve Spijkerman, die werd kwaad en de training werd afgelast. De dag erna kreeg ik straftraining maar dat vond ik niet erg.

Ik vond het wel humor. Spijkerman niet, die had de humor van een bevroren visstick.

Het is echt een super sociaal mens maar als trainer moest hij nog veel leren.

In de tijd van Spijkerman werd ik gebeld door FC Groningen.
Ze hadden op dat moment een Braziliaanse spits die weg ging en ik kreeg de vraag of ik interesse had om naar Groningen te gaan. Nou, dat leek me wel wat. Bij VVV had ik een contract voor het leven maar ik zag de club ook steeds meer afglijden en twee laatste jaren bij Groningen… dat leek me wel wat. Maar Groningen kreeg de onderhandelingen niet rond met VVV. Zelf was ik er al uit maar VVV wilde niet buigen. Dat vond ik op dat moment wel jammer.

Na Spijkerman kregen we Jan Versleijen als trainer. En toen had ik het echt helemaal gehad. Weet je nog dat ik net zei dat we een keer laatste werden in de eerste divisie? Daar moet je echt je best voor doen om dat voor elkaar te krijgen maar Versleijen was het dus gelukt.
De ene wedstrijd was ik aanvoerder, de volgende wedstrijd stond ik naast de kant. Onbegrijpelijk. Maar ik scoorde altijd als invaller en vaak werd ik ook nog tot man of the match uitgeroepen.
Maar met Versleijen was het niet veel in die tijd. Hij kwam altijd een kwartier voor de training naar het stadion, keek naar de AEX en tegen de tijd dat wij klaar waren met douchen was hij alweer weg.

Wat wel leuk was, en dat weten niet veel mensen, was dat ik altijd Sinterklaas speelde voor de groep.
Ik deed het puur voor de jongens en maakte voor iedereen een gedicht. Met wat knutselwerk werd me een soort van mijter gemaakt. De stang van het gewichtheffen was de staf en een van de donkere jongens uit de selectie speelde zwarte Piet.
Ik zat daar dan op mijn stoel en ik riep “Versleijen kom jij eens naar voren en kus de ring van de Sint.”

Maurice Graef

Iedereen lag al in een deuk. Ik zei “Kus de ring van de Sint en vertel me eens… waarom wil jij niet winnen?” Versleijen keek me aan “Hoe bedoel je dat?”
“Nou” zei ik, “je stelt je beste man nooit op!” En iedereen lag weer in een deuk. Behalve Versleijen, bij hem kwam het stoom uit de oren.

Onder Versleijen is het ook nog een keer geëscaleerd. We stonden 3-0 achter in een wedstrijd. En ik zat weer eens reserve. We werden helemaal weggespeeld. En weggespeeld op een manier dat we amper over de middenlijn kwamen. Twintig minuten voor tijd zegt Versleijen “Graef, ga je warm lopen!”
Ik had zoiets van “Val toch kapot.” Maar ja, het was mijn club dus ik ging warm lopen en 15 minuten voor het einde kwam ik in het veld. Uiteindelijk verloren we de wedstrijd met 4-0. Nu moet je weten dat ik een echte spits ben. En als spits leg je de focus op het aanvallen. De dag erop hadden we een bespreking en ik kreeg te horen dat ik verdedigend alles liep lopen.

Toen ben ik echt ontploft en dat was de eerste keer dat ik een trainer zag die niet wist wat hij moest zeggen.

De wedstrijd tegen Heracles een week later dat seizoen bracht voor mij de omslag in mijn carrière. Die wedstrijd wonnen we met 4-2. Ik maakte twee doelpunten en had twee assists. In die wedstrijd val ik uit met een knie blessure en dat was einde seizoen voor me.
Nu had ik al vaker problemen met mijn knie en kreeg eerder al spuiten zodat ik verder kon gaan. Achteraf denk ik dan “Hoe naïef kun je eigenlijk zijn door te denken dat een spuit je knie beter maakt…”

Maurice Graef

Uiteindelijk was het kraakbeen versleten en een operatie was nodig.
In het ziekenhuis konden ze me niks garanderen in hoeverre ik mijn knie weer kon belasten.
Na de operatie begon het herstel en voorzichtig begon ik weer met trainen. Het ging beter en ik wilde weer spelen maar er werd me nogmaals gezegd dat ze niks konden garanderen. Maar het was een gok die graag wilde nemen.

De eerste wedstrijd was tegen een amateurclub voor de beker.

Ik speelde een helft en ik scoorde twee keer. De wedstrijd daarop speelde we tegen Volendam. En weer speelde ik een helft en weer scoorde twee keer. Ik voelde me als herboren, had nergens last van maar wist ook dat ik nog in een opbouwende fase zat. Opletten dus!

De week erna speelde ik 75 minuten en scoorde weer. Ik voelde me heerlijk en was weer ouderwets topscoorder. Tot aan de herfstvakantie. We hadden een dubbel programma en speelde drie wedstrijden in die week. En dat was te veel, mijn knie kon die belasting niet aan.
Eén keer in de week pieken in een wedstrijd ging prima maar daarna was het ook echt op. Elf tegen elf kon ik wel veel verbergen maar in een 1 tegen 1 duel rende alles en iedereen me voorbij.
Vanaf dat moment speelde ik ook alleen nog als invaller. Gewoon uit zelfbescherming.

In dat seizoen maakte ik ook het besluit om te stoppen met voetballen. Ik had er ook wel vrede mee.

Ik mocht zelf beslissen wanneer ik wilde vallen en het was ook wel apart dat je als speler tegen een trainer kon zeggen “Trainer, ik ga me nu warmlopen, ik wil zo even invallen.”

Tegen RBC gebeurde er wel nog iets leuks. Het was de laatste wedstrijd voor de winterstop en echt een draak van een wedstrijd, zo’n echte 0-0 pot.
Maar ik zag in de verdediging van RBC een gastje lopen waar ik wel iets mee kon.
Ik zei tegen Wim Dusseldorp, onze trainer, “Ik ga zo in de spits lopen, ik zorg ervoor dat we die pot winnen”.

Ik kwam het veld in en het eerste wat ik deed was naar dat kereltje toe rennen, ging op zijn voet staan en draaide weg naar de bal. Hij kwam me achterna, met vuur in zijn ogen en de stoom uit zijn oren en jawel… hij kreeg geel. Ik dacht “Die heb ik.” Tijdens een actie in het strafschopgebied stond hij achter me. Ik wachtte op de voorzet en hield hem echt stevig vast om hem van me af te houden. Maarja, die bal die kwam niet dus ik liet hem weer los en liep rustig terug.
Ik stond nog in het 16 meter gebied en wat doet hij? Hij trapt me gewoon onderuit. Tijdens het vallen, want dat kan ik, zie ik de grensrechter zwaaien met zijn vlaggetje. De scheids rent naar hem toe, komt terug en stuurt de jongen met rood het veld uit. Wij krijgen de penalty en winnen de wedstrijd! Hahaha!

En het mooiste was, na de wedstrijd werd ik door hem en zijn ouders opgewacht. Het was nog een jong gastje en zijn ouders waren erbij. “Weet je” zei hij… “jij kunt echt niet voetballen!!”

“Dat klopt” zei ik. “Daar heb je echt helemaal gelijk in. Maar des te gênanter dat je je dan door zo iemand een kaart aan laat smeren!!!” Hahaha, maar dat hoort er ook allemaal bij.

Maurice Graef

Mijn laatste wedstrijd was tegen Den Haag en ik begon die wedstrijd in de basis. We kwamen met 0-1 achter maar na een tijd kregen we een vrije trap. Ik zei “Ik neem hem!”
“Maar Graef” kreeg ik te horen, “dat doe je normaal nooit!” Maar toch nam ik de vrije trap en vanaf 25 meter knalde ik de 1-1 binnen. Uiteindelijk kwamen we nog voor met 2-1 en na 55 minuten werd ik gewisseld. Het enige wat ik echt jammer vond was dat mijn laatste wedstrijd voor een half lege Koel was. VVV had er alles aan gedaan om die wedstrijd in het teken van John Roox, die ook zijn laatste wedstrijd had, en mij te zetten en dat waardeer ik nog altijd heel erg.

Ik ben “topscoorder aller tijden” bij VVV en als echte VVV’er maakt me dat toch wel trots.
Je begint als een jong kereltje, een irritant kereltje, met een droom. Uiteindelijk maak je die droom waar en in het traject wordt je daardoor een beter en een socialer mens. En als je dan ook nog topscoorder aller tijden wordt van de club die je het meest aan het hart gaat, dat doet echt veel met je. Dat is zoveel mooier en heeft zoveel meerwaarde dan alleen maar geld.

Maurice Graef

Dat topscoorders stukje heeft ook nog een leuk verhaal. Om dat te worden moest ik op een bepaald moment nog één doelpunt maken. En wat ik niet wist was dat de groep een beeldje had laten maken. Een voetbalschoen met daaronder de tekst “topscoorder aller tijden VVV”. Echt een mooi gebaar maar naast dat ook vooral een zwaar beeld.
Maar ja… het duurde zeven wedstrijden voordat ik die ene goal maakte en tot die tijd hebben ze al die weken met dat beeld moet sjouwen!

In de jaren daarna heb ik een tijd gewerkt als spitsentrainer en ook veel commerciële dingen gedaan.
Een manusje van alles zeg maar. In het commerciële deel heb ik veel aan sponsorwerving gedaan en het aantal uiteindelijk van 90 naar 380 gebracht. Maar ik merkte ook dat ik daar elk jaar minder vrede mee had. Commercieel zijn is leuk maar je wordt vooral in een hoek neergezet en op dat gebied is dat ook logisch maar ik begon daardoor ook het contact met andere te missen.

Ik was onder andere ook jeugdtrainer en een van de dingen die ik begon te missen in de commerciële tijd was het contact met de jeugd. En daarom ben ik daar meer focus op gaan leggen.
Voor mij is er nog altijd niks mooiers dan een groep jonge kinderen helpen in hun ontwikkeling en daar op een natuurlijke manier een team van te formeren. En door alles op zo’n open manier te doen had ik ook nooit problemen met de jongeren, ook niet met degene die reserve stonden.

Elke training had ik een lijstje bij waarop stond welke jongens ballendienst hadden, welke jongens het materiaal moesten sjouwen etc… Ik hield bij wie de partijen won en wie er had verloren en elke keer gebruikte ik andere samenstellingen.
Het was niet een manier om ze te straffen als ze iets niet hadden gehaald maar ik gebruikte het vooral om ze te pushen en zo het onderste uit de kan te halen. Ze moesten zelf inzien waar ze te kort kwamen en ze moesten de zelfstandigheid krijgen om er aan te gaan werken.

Zo herinner ik me een moment dat een van de ouders me belde om te zeggen dat hun zoon ziek was en niet kon komen trainen. Ik vertelde ze “Dat kan wel zo zijn maar ik heb met ze afgesproken dat ze me dan zelf bellen.” Vaak kreeg ik te horen “Maar ik ben de ouder”. Maar ik was ook duidelijk. “En ik ben de trainer en dit was de afspraak die we hadden.”
Dat is een stuk zelfstandigheid die de jongens moesten krijgen.

Ik heb ook vaak ouders gezien die hun kind niet los kunnen laten. De ouders regelen alles voor ze maar ik wil ze juist zelfstandiger maken want in het veld moeten ze het ook alleen doen. Ik wil dat het winnaars worden.

Dat ouders dan na een seizoen naar me toe komen om me te bedanken dat ik heb kunnen helpen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling is een van de mooiste complimenten die je kunt krijgen.

Maurice Graef

Als trainer is het ook belangrijk dat je ervoor zorgt dat de jongens plezier hebben in wat ze doen.
Ik kan me nog een wedstrijd herinneren… dat was in Den Haag en we werden genaaid, niet normaal.
Bij aankomst werden we gastvrij door het bestuur ontvangen. En het bestuur, dat bleek later ook de scheidsrechter te zijn.
We kwamen met 0-1 voor maar in de vierde minuut van blessuretijd in de eerste helft werd het 1-1. De scheids floot duidelijk één kant op en de jongens waren in de rust helemaal over de pis.
In de tweede helft werd het nog veel erger. Ik gaf ergens commentaar op en werd weggestuurd naar de tribune. Niet veel later werd de verzorger ook nog weggestuurd. En waarom? Joost mag het weten.

Er was een blessure, de scheids keek ons aan en wij riepen “Wat wil je? Je hebt ons weggestuurd!”
Uiteindelijk werd het 2-2 en het halve team was aan het huilen. Van verdriet en vooral van frustratie. Je kunt je denk ik wel voorstellen dat de sfeer op de terugreis ver te zoeken was.
De jongens konden er niks aan doen, die hadden het perfect gedaan maar ik voelde dat ik iets moest doen om de sfeer terug te krijgen.

Dus ik zei tegen de chauffeur “Zet de kachel aan, zo hoog mogelijk!” Hij keek me raar aan maar deed het toch maar en in no time was het bloedheet in de bus.

Ik riep tegen jongens “We trekken nu allemaal ons shirt uit en dan lijkt het voor de mensen die ons inhalen net of we in een nudisten bus zitten!”

Het hele team lag in een deuk en we hebben alleen nog maar kunnen lachen op de terugweg. En dat is ook belangrijk om te doen als trainer, zorgen voor een goede sfeer.

Tegenwoordig gaan nieuwe talenten al met 8 jaar naar een prof club. Daar worden de kinderen zo in een keurslijf gestopt dat ze vaak het plezier lijken te verliezen. Want als zo’n jong gastje een tegenslag krijgt in zijn leertraject dan moet hij genoeg plezier in alles hebben om die tegenslag goed en snel te kunnen verwerken. En het gebrek daar aan is iets waar ik me enorm aan stoor in jeugdopleidingen.

Maurice Graef

Het laatste team dat ik heb getraind was een B1 team met gastjes van een jaar of 15.
En die waren me een partij fanatiek joh.

Er was een prestigieus toernooi in de tijd. Een toernooi met namen als Ajax, Willem 2, Club Brugge, PSV, enzo. En we hadden echt een goede ploeg op dat moment. Die gingen te keer in het veld, niet normaal. We moesten penalty’s schieten of we in de 1e of 2e halve finale stonden. Eigenlijk dus om te bepalen wie onze tegenstander was. Maar als je het toernooi wilt winnen moet dat niet uitmaken.

Op dat moment kwam een van de jongens naar me toe.

“Trainer” zei hij, “mag ik het shirt over mijn hoofd trekken als ik mijn penalty neem?”

Dan moet je als een trainer toch snel kunnen schakelen, vooral met een vraag als dit. Die jongen had een hart van goud en hij had echt karakter. Het zou makkelijk voor mij zijn geweest om te zeggen dat hij het niet mocht doen maar ik zei tegen hem “Wouter, daar moet je zelf maar over nadenken en zelf bepalen of je dat wilt toen”.

Wat denk je wat hij doet? Hij trekt het shirt over zijn hoofd, zigzagt naar de bal en trapt hem binnen.
Iedereen lachte maar we stonden wel in de finale.

De finale was tegen Willem 2 en weer speelden we gelijk. En weer kwam het aan op penalty’s.
En weer kwam Wouter naar me toe… “Trainer, mag ik het shirt weer over mij hoofd trekken?”
Ondanks dat het nu om de toernooizege ging gaf ik hem hetzelfde antwoord dat hij het zelf maar moest beslissen.

Het is zijn beurt voor de penalty en hij trekt het shirt opnieuw over zijn hoofd. Iedereen begint alweer te lachen maar dit keer trekt hij het shirt van zijn hoofd, maakt een gebaar met zijn hand “Dit doe ik niet weer”, loopt aan en schiet de bal binnen!

Het is toch geweldig dat zo’n jongen leert van zo’n eerste actie en zelf inziet dat hij het niet hoeft te doen? Iedereen gaf ook complimenten voor die actie. Iedereen, behalve de trainer van PSV. Die kon maar niet begrijpen dat ik het in eerste instantie al goed vond.

Zo’n groep te kunnen begeleiden naar zo’n niveau is gewoon prachtig. Dat we het toernooi dan ook hadden gewonnen in mijn laatste jaar als trainer was voor mij een mooi afscheidsgeschenk.

Ik ben daarna voor mezelf begonnen. Ik wilde iets betekenen voor jongeren, voor de media. Ik wilde iets betekenen in evenementen voor bedrijven maar ik miste net de juiste kapstok zeg maar.
Ik heb heel lang dingen uitgeprobeerd onder de noemer Sport-company en in 2012 is daar KERNgezond uitgekomen.
En met KERNgezond heb ik mijn draai helemaal gevonden.

Maurice Graef

We hebben drie takken bij KERNgezond waar we ons voor inzetten.

Maurice Graef

De eerste tak is “Fris en fruitig” en hier draait het allemaal om een stukje bewustwording van een gezonde levensstijl. En een gezonde levensstijl is niet alleen voeding maar ook gezond bewegen, gezond gedrag en vooral veel plezier hebben. In deze tak richten we ons veel op kinderen en werken we veel samen met scholen. Wat klein is begonnen met een basisschool in Maasbree met 140 kinderen is nu uitgegroeid tot een samenwerking met 28 scholen verdeeld over 18 dorpen in 6 gemeenten. Vijftig klassen doen mee en die vertegenwoordigen ongeveer 1500 leerlingen. Geweldig!

Elke week organiseren we minimaal 2 activiteiten, per jaar doen we er zo’n 120. En die activiteiten, dat kan echt van alles zijn. We kunnen bijvoorbeeld gaan sporten met topsporters, we kunnen een bezoek brengen aan een teler en uitleg krijgen over gezonde voeding. Of we kunnen een bezoek brengen aan WML om het belang van water te promoten, alles in het belang van bewustwording.

Maurice Graef

In een andere tak werken we veel samen met het UWV. “Back on track” heet het.
We zetten ons daar in om mensen te begeleiden die door ziekte of psychische problemen lang bij het UWV zitten. We proberen mensen hier te inspireren. We willen ze bij elkaar zetten met lotgenoten, in contact brengen met andere topsporters en vooral laten zien dat we ze willen helpen en niet dat we het allemaal maar beter weten.
Door mensen sociaal te activeren krijg je ze vaak ook letterlijk weer in beweging.

Dat kunnen we natuurlijk niet alleen en we werken hier nauw samen met het UWV en APW projecten, een re-integratie bureau.

Maurice Graef


Een derde tak waar we ons voor inzetten is de “Buitenspelval”.
Hier draait het allemaal om jongeren EN om ouderen. Die brengen we samen en dat levert geweldig mooie momenten op. Want ouderen mogen nooit buiten spel komen te staan.
Daarbij moet je je bedenken dat ouderen ook echt ouderen zijn. Er zit niemand tussen die jonger is dan 75 jaar.

De generatie met mensen die zich niet voor kunnen stellen dat er tegenwoordig geen krijtbord meer te zien is in een klaslokaal.

Met activiteiten koppelen we de ouderen aan de jeugd, bijvoorbeeld aan een voetbalteam. Tijdens zo’n voetbalseizoen organiseren we een zestal activiteiten om de jeugd en ouderen bij elkaar te brengen. En weet je wat? Het werkt!
We hebben een jeugdteam in het voetbal en die zijn kampioen geworden. Op de kampioensreceptie waren de oudere de eregasten. De special guests.
De bewondering onderling, het respect naar elkaar, onbeschrijfelijk!

Met KERNgezond wil ik ook verder gaan. Ik zal je ook eerlijk zeggen, en dat is het leuke van dit allemaal, als ik geen administratie hoef te doen heb ik echt het gevoel dat ik aan hobbyen ben.

Het maatschappelijk doel voorop, mensen blij maken, het feel good moment krijgen. Niemand zegt dat we saai zijn of dat we verkeerd bezig zijn. En dat wil ik!

We hebben een eigen Youtube kanaal, KERNgezond TV, waar we bezig zijn om wekelijks korte filmpjes op te zetten. Iedere week zetten we wel iets online. Onze filmpjes worden ook door 8 lokale TV stations uitgezonden en naast Youtube leveren we de filmpjes ook aan scholen om zo echt een totaal pakket aan te kunnen bieden.

Ondertussen zijn we een landelijk erkende interventie maar we moeten nog meer bekendheid creëren. Hier in Limburg zijn we aardig op weg maar ook buiten Limburg moet KERNgezond een begrip worden. Een soort van franchise. En daar moeten we er natuurlijk meer van hebben.

Maurice Graef

Mijn droom is niet om er heel rijk van te worden maar om het uit te bouwen. Omdat ik denk dat we met meer partijen meer kunnen doen. Samen sta je sterk en als je samen meer financiële middelen hebt, dan kun je ook meer bereiken. En met dat traject zijn we bezig. De laatste jaren hebben we goede ontwikkelingen doorgevoerd en dat wil ik blijven doen. Net zolang tot KERNgezond een landelijk begrip is.

En ik? Ik blijf ondertussen ook gewoon lekker mezelf. Want ik heb geleerd dat ook dat heel erg belangrijk is.

Als ik terugkijk op alles wat ik heb gedaan, hoe ik ben begonnen als een klein jochie met een grote bek en een droom en waar ik nu ben uitgekomen… dan denk ik dat ik best een beetje trots mag zijn.

Mijn naam is Maurice. En ik ben KERNgezond!



Altijd als eerste de nieuwste verhalen van echte mensen lezen?

Like dan mijn Facebook page en je bent als eerste op de hoogte! Dank je wel!
Sander_SIG

Mijn naam is Maurice Graeffocasa
0